Multiple sclerose

Help ons Doe een gift of een legaat

Multiple sclerose (MS) is de meest voorkomende neurologische aandoening bij jongvolwassenen. In België lijden 12.000 mensen aan de ziekte. Ze behoort tot de immuniteitsziekten, die als bijzondere eigenschap hebben dat het organisme zijn eigen weefsels aantast. Bij MS wordt het centrale zenuwstelsel aangetast en met name: de zenuwen, het omhulsel rond, de cellen die de zenuwimpulsen voortbrengen en de cellen die het omhulsel van de zenuwen aanmaken en in stand houden. Op de aangetaste plaatsen ontstaan hierdoor verharde plekken.

Foule - La sclérose en plaqueKlinisch gezien ontwikkelt de ziekte zich meestal in twee fasen. De eerste wordt gekenmerkt door opflakkeringen en remissies (ontstekingsfase). In de tweede fase nemen de opflakkeringen geleidelijk af en ontstaat een onomkeerbare handicap, die langzaam verergert (degeneratieve fase). Bij sommige patiënten gebeurt het dat de ziekte zich vanaf het begin geleidelijk ontwikkelt zonder opflakkeringen, terwijl anderen zelfs na vele jaren slechts een geringe handicap vertonen. De diagnose steunt op een van de klinische kenmerken van MS, namelijk de grote verscheidenheid ervan in de ruimte (bestaan van verscheidene letsels) en in de tijd (onvoorspelbare herhaling van opflakkeringen en remissies). Tegenwoordig kunnen met magnetische resonantie-beeldvorming (magnetic resonance imaging, MRI) de letsels in beeld worden gebracht en kan een veel vroegere en preciezere diagnose worden gesteld.

Al enkele jaren beschikken wij over geneesmiddelen die inwerken op de ontstekingsmechanismen en die de frequentie en de ernst van de opflakkeringen deels verminderen. Het huidige onderzoek concentreert zich op geneesmiddelen die inwerken op de degeneratieve verschijnselen en die de voortgang van de handicap kunnen vertragen.

Nieuwe epidemiologische gegevens betreffende MS

2,5 miljoen mensen in heel de wereld lijden aan MS, 400.000 in de Verenigde Staten, 57.000 in Frankrijk en ongeveer 10.000 in België. De epidemiologie van MS wordt gekenmerkt door een noord-zuid gradiënt in het noordelijke halfrond en een zuid-noord gradiënt in het zuidelijke halfrond. Er zijn echter talrijke uitzonderingen op deze regel.

De prevalentie van een ziekte wordt meestal uitgedrukt door het aantal personen met de aandoening per 100.000 inwoners op een bepaald tijdstip.  De jaarlijkse incidentie van een ziekte is het aantal nieuwe gevallen per jaar. De Franse epidemiologische onderzoeken zijn interessant, omdat dit land een ongelijke spreiding kent van de MS-gevallen, met zones met een middelmatig en hoog risico.  Er bestaat - zoals verwacht - een noord-zuid gradiënt met een hogere prevalentie in het noorden, maar ook een oost-west gradiënt met een hogere prevalentie in het oosten.  

Om deze gegevens te verzamelen, werd gebruik gemaakt van het register van de « Mutualité Sociale Agricole » die instaat voor de gezondheidszorg van alle landbouwers, de werknemers op boerderijen en hun gezin.  Het gaat om een stabiele bevolking die weinig geneigd is tot emigratie en 4.098.477 personen telde op 1 januari 2003. De departementen met de hoogste prevalenties zijn Noord, Picardië , Champagne, Lotharingen en Elzas.  Deze prevalentie ligt twee keer zo hoog als die in Provence-Côte d'Azur, Languedoc-Roussillon en Midi-Pyrénées.  De Atlantische kust heeft ook een lage prevalentie (62,59 en 47/100.000 in Bretagne, pays de Loire en Poitou-Charente), terwijl Franche-Comté dat gelegen is op dezelfde breedtegraad, een hoge prevalentie heeft van 95/100.000 inwoners.

België: 430 nieuwe gevallen per jaar

Deze cijfers worden gedeeltelijk bevestigd door een studie die werd uitgevoerd in Vlaanderen bij de totale bevolking van de regio Leuven. De prevalentie bedroeg er 88/100.000 inwoners en is bijna gelijk aan die van Nord-Pas de Calais (93). Een andere bevestiging komt uit een onderzoek dat werd gepubliceerd in de vorm van een samenvatting en mededeling tijdens het recente congres van Montreal (september 2008), en dat zich deze keer baseert op de Caisse Nationale d'Assurances Maladies (CNAM) die 84 % van de Franse bevolking verzekert.  In dit onderzoek werden dezelfde noord-zuid en west-oost gradiënten teruggevonden, maar met een hoger gemiddelde: 95,6/100.000 in totaal, 134,9/100.000 bij de vrouwelijke bevolking en 54,12/100.000 bij de mannelijke bevolking op 31 oktober 2004. De CNAM registreerde 49.626 MS-patiënten, en voor de totale Franse bevolking gaat het naar schatting om 57.360 patiënten.

Wanneer de prevalentie wordt onderzocht per leeftijdsgroep, is zij het hoogst in de categorie 35-49 jaar in alle Europese landen, met uitzondering van Ierland, Groot-Brittannië en Noorwegen, waar de categorie 50-64 jaar het vaakst wordt getroffen. Het is moeilijker om de incidentie van de ziekte te bepalen.  Ze werd nauwkeurig onderzocht bij twee eilandpopulaties in IJsland en Sicilië.  Ze bedraagt 4,2/100.000 bij de eerste groep en 2,3/100.000 bij de tweede.  Een recent artikel over de epidemiologie van MS in Europa vermeldt een gemiddelde incidentie van 4,3/100.000/jaar. Voor de periode 1993-1997 werd een identieke incidentie van 4,3/100.000/jaar opgetekend in de regio van Dijon. Voor de hele Franse bevolking zou dit cijfer betekenen dat er per jaar 2580 nieuwe gevallen bijkomen.  In België zouden er per jaar 430 nieuwe MS-gevallen zijn.

Meer vrouwen met MS

In de Europese epidemiologische onderzoeken ligt de MS-prevalentie bij de vrouw steeds hoger dan bij de man, met « sex ratios » van 1,1 tot 3,4 vrouwen met MS voor één man. Tot onze verbazing konden wij in de loop van de 20e eeuw echter een aanzienlijke verandering van de « sex ratio » vaststellen.  In het begin van de vorige eeuw, en tot de jaren 1950 waren er in Schotland evenveel mannen en vrouwen met MS. Vandaag zijn er daarentegen 3 tot 3,5 keer meer vrouwen die getroffen worden door deze ziekte.  Het geboortejaar is een voorspellende factor geworden van de « sex ratio » van de ziekte wanneer ze uitbreekt.  Deze wijziging begon vóór de intrede van anticonceptiepillen en koelkasten, maar zou kunnen zijn beïnvloed door de toename van het rookgedrag bij vrouwen. Deze onevenredige stijging van de incidentie van de ziekte bij de vrouw is niet te wijten aan een daling van de incidentie bij de man.  Zij stijgt regelmatig tijdens de 50 observatiejaren van het Canadese onderzoek.

Gelijkaargige strekking

Zij is noch te wijten aan een snellere diagnose bij de vrouw, noch aan een jongere beginleeftijd bij de vrouw: gemiddeld genomen ontwikkelt de vrouw de ziekte slechts één jaar vroeger dan de man.  Amerikaanse, Australische en Scandinavische onderzoeken beschrijven dezelfde trend. Enkel omgevingsfactoren kunnen deze opmerkelijke wijzingen inzake « sex ratios » verklaren. Wij zullen erop terugkomen in de volgende nieuwsbrief.

Wij kunnen dus besluiten dat de prevalentie van MS langzaam stijgt in de landen waar de ziekte endemisch is.

Prof. C. Sindic, Voorzitter