Negatieve resultaten die het onderzoek vooruithelpen
De resultaten van het onderzoek van Roeland Buckinx, die in 2008 de studiebeurs van de Charcot Stichting kreeg uitgereikt, hebben zijn beginhypothese niet bevestigd. Toch leveren ze heel interessante denksporen op voor het toekomstige onderzoek.
Charcot Stichting: Zou u nog eens kunnen herhalen waarop uw onderzoek aan de Université Pierre et Marie Curie in Parijs betrekking had ?
Roeland Buckinx : Ik onderzocht er de rol van glycine, als neurotransmitter, in de werking van de microglia. Dit zijn de immunocompetente cellen van het centrale zenuwstelsel die betrokken zijn bij het ontstekingsproces en dus waarschijnlijk ook bij de pathogenese van MS. Bij het begin van ons onderzoek lieten sommige elementen uitschijnen dat glycine een rol kon spelen in de celcommunicatie van en naar de microglia, en op die manier bepaalde immuunprocessen kon moduleren. Alleen is het zo dat wij in de microglia geen glycine hebben aangetroffen...
De verkregen resultaten zijn dus negatief, waardoor u van nul moet herbeginnen...
Net niet. De paradox van ons werk is dat we niet hoeven te vinden wat we zochten om vooruitgang te blijven boeken. De wetenschappelijke gemeenschap maakt niet graag negatieve resultaten bekend. Dat is jammer, want voor elk gepubliceerd negatief resultaat winnen teams van onderzoekers ergens tijd en geld, door van meet af pistes uit te sluiten die anderen al verkend hebben. We zeggen er trouwens bij dat we daarnaast ook positieve resultaten hebben geboekt, die als basis zullen dienen voor toekomstig onderzoek in onder meer de laboratoria van Parijs en Hasselt.
Heeft u uit uw onderzoek toch een aantal lessen kunnen trekken?
Uiteraard. Wanneer je met je onderzoek begint, weet je natuurlijk nooit of de beginstelling bevestigd zal worden. Gezien die onzekerheid is ons werk des te belangrijker. Wij hebben in de microgliacellen geen enkel spoor van glycine gevonden. Zo kunnen we toch al één piste uitsluiten. Wij hebben wél vastgesteld dat andere neurotransmitters communicatie toelieten tussen de microglia en de neuronen of de oligodendrocyten. We moesten alleen nog degene identificeren die, zodra de neuronen ze vrijlaten, ook door de microglia worden opgemerkt. Als we ons aan onze resultaten houden, werkt alleen adenosinetrifosfaat (ATP).
Welke conclusie mogen we hieruit trekken ?
In dit stadium is het nog veel te vroeg om de minste conclusie te trekken rond de werking. Bij gebrek aan zekerheid zijn er niettemin een aantal hypotheses die zullen moeten worden nagetrokken via manipulaties. We denken bijvoorbeeld dat ATP de microglia naar de neuronen kan lokken wanneer die beschadigd zijn...
Hoe bent u concreet te werk gegaan?
Wij werkten rechtstreeks in het ruggenmerg van een muisembryo. Dit is een uniek model, vermits de rol van de microglia in de ontwikkeling tot dan nooit onderzocht was. In tegenstelling tot het meeste onderzoek dat tot op heden verricht wordt, zijn wij uitgegaan van een omgeving die dicht bij de realiteit ligt, door in situ, rechtstreeks in het ruggenmerg te werken, en niet in vitro, vanuit een cellencultuur. Dit model houdt rekening met de wisselwerking tussen de neuronen en andere cellen. Op die manier hebben wij ontdekt dat de microglia een rol spelen in de ontwikkeling van de motoneuronen (de « neuronen van de beweging »), waardoor we kunnen spreken van een fysiologische dialoog, die in dit stadium echter nog niet pathologisch is. Als we de rol van de microglia in het ontwikkelingsproces begrijpen, zullen we misschien iets meer te weten komen over hun werking in de pathogenese van MS.
Waarop gaat u zich in de toekomst toeleggen?
Ik zal verder onderzoek voeren naar de communicatie tussen de neuronen en het immuunsysteem, deze keer op het niveau van het maag-darmkanaal en niet meer van het centrale zenuwstelsel, bij MS. Mijn collega's zetten het MS-onderzoek natuurlijk voort en ik zorg dat ik op de hoogte blijf van hun werkzaamheden. Als ik echter zelf een academische loopbaan wil uitbouwen, moet ik ervaring opdoen in verschillende laboratoria. Ik sluit niet uit dat ik later terugkeer naar het MS-onderzoek. De toekomst van een jonge vorser hangt af van de financieringsmiddelen. Vandaar trouwens het belang van de Stichtingen...

Mei 2010 : download de laatste Nieuwsbrief pdf (2889KB)