cartes

Behandelingen: wat voor nieuws?

Het 25e congres van het ECTRIMS vond onlangs plaats in Düsseldorf en verwelkomde 5.000 MS-onderzoekers uit de hele wereld.

Inzake behandelingen ligt nog steeds het accent op oraal ingenomen geneesmiddelen : cladribine, fingolimod, BG00012, laquinimod, teriflunomide. Voor elk van deze geneesmiddelen begint nu fase III van de klinische onderzoeken waarbij duizenden patiënten betrokken zijn. Over 2 tot 3 jaar zullen we dus een beter beeld hebben van hun respectieve indicaties en bijwerkingen.

De klinische resultaten van enkele nieuwe moleculen

Het interferon-tau (tauferon) heeft het voordeel dat het oraal kan worden ingenomen. Een fase II-onderzoek gedurende 9 maanden toonde aan dat het erg goed inwerkt op de MRI-actieve letsels tijdens de maanden 1 tot 6. Eigenaardig genoeg was dit effect niet merkbaar in maand 9. De tolerantie is goed en er zijn nog andere onderzoeken gepland.

Intramusculair INF β 1a is gewijzigd door er een molecule van polyetheenglycol aan toe te voegen (PEG IFN β). Dit resulteert in hogere concentraties in het serum en een langzamere eliminatie, wat wordt bevestigd door een studie in fase I. Hierdoor zou het om de 2 of 4 weken kunnen worden toegediend in plaats van via een wekelijkse injectie. Volgens dezelfde redenering heeft een onderzoek aangetoond dat de toediening van copaxone 2 keer per week in plaats van alle dagen even doeltreffend lijkt.

Een nieuw copolymeer (PI-2301) dat verschilt van copaxone, is 3 maanden lang getest bij 40 patiënten in de progressieve fase, die één injectie per week kregen. Het wordt goed verdragen, vermindert het aantal MRI-actieve letsels en heeft dezelfde heilzame immunologische werking als copaxone.

Dirucotide is een synthetische peptide (MBP 82-98) die zou desensibiliseren. De eerste tests leken aan te geven dat het goed inwerkt op de opflakkeringen en de voortgang van de ziekte, met name bij patiënten die positief zijn voor de weefselgroep HLA-DR2/4*. Het product doorliep zelfs de versnelde procedure van de FDA. Twee onderzoeken in de remitterende recurrensvormen en progressieve secundaire vormen bij verschillende honderden patiënten hebben deze veelbelovende resultaten niet bevestigd. Onverwachts werd vastgesteld dat het product volkomen ondoeltreffend was bij de positieve HLA-DR2/4 patiënten en weinig doeltreffend bij de negatieve HLA-DR2/4 patiënten. Uit deze resultaten blijkt hoe voorzichtig we moeten zijn met het interpreteren van fase II-onderzoeken.

* HLA : groep van weefselcompatibiliteit die wordt gebruikt bij orgaantransplantaties.

Begin van de pagina...