Online gift

Belgische Studiegroep plant nieuwe MRI-studie

Het menselijke brein bestaat hoofdzakelijk uit twee weefseltypes: de grijze materie, die bestaat uit neuronen, en de witte materie, met de axonen die de neuronen verbinden. Multiple sclerose (MS) werd lange tijd beschouwd als een auto-immuunziekte van de witte materie in het centrale zenuwstelsel, die leidt tot ernstige stoornissen over tientallen jaren. Met de jaren werden echter heel wat bewijzen geleverd dat ook de grijze materie aanzienlijk degenereert. Vandaag wordt aangenomen dat bij MS neuronen en axonen worden beschadigd en verloren gaan en dat atrofie optreedt van zowel de grijze als de witte materie.

Objectieve informatie en metingen van de hersenen van MS-patiënten zullen in de toekomst alleen maar aan belang winnen.

Deze atrofie, ook neurodegeneratie genoemd, kan worden gezien als een onomkeerbaar verlies van hersenweefsel, waardoor het hersenvolume gaat afnemen. Het is bewezen dat de neurodegeneratieve component van MS verantwoordelijk is voor de onomkeerbare achteruitgang en een voorbode is van invaliditeit op korte en lange termijn en van cognitief verval.
Opflakkeringen kunnen klinisch worden vastgesteld, maar er bestaat geen meting van de neurodegeneratie die bruikbaar is in de klinische praktijk. Naarmate nieuwe geneesmiddelen met een neurobeschermende en neuroherstellende werking aan belang winnen, zal meting van de hersenatrofie een grotere rol spelen voor de opvolging van de patiënt en bij het nemen van therapeutische beslissingen.

Een project uniek in zijn soort

Magnetische resonantie beeldvorming (MRI) speelt een centrale rol in de diagnose en opvolging van MS-patiënten. Via MR-beelden kunnen radiologen en neurologen in het brein van MS-patiënten kijken en het aantal zichtbare letsels tellen. Momenteel steunt de beoordeling van de hersenletsels en de aanwezigheid van nieuwe letsels bij een individuele patiënt meestal op een visueel onderzoek van de MRI-beelden door de radioloog (en/of neuroloog). Zo'n visueel onderzoek is evenwel heel tijdrovend, vooral als de laesies talrijk zijn, en is afhankelijk van de waarnemer, alsook van de lighouding van de patiënt in de scanner. Daarbij komt dat als het aantal laesies visueel wordt geteld, het totale volume van de laesies niet wordt berekend. Studies hebben nochtans aangetoond dat dit laesievolume in de hersenen van MS-patiënten voorspellende waarde heeft voor hun toekomstige handicap.

De Belgische Studiegroep voor MS zal een uniek project opstarten om nieuwe metingen op basis van MRI-scans te beoordelen voor individuele MS-patiënten. Aan dit project zullen 11 Belgische centra en ziekenhuizen, met elk 18 MS-patiënten, deelnemen.

Aangezien veel MS-patiënten ten minste één keer per jaar een MRI-scan ondergaan in het kader van hun klinische routinezorg, zijn geen extra MRI-scans nodig voor dit project. Naast het radiologische verslag dat al een onderdeel van de klinische routine is, zal de computer ook de MRI-gegevens analyseren. Computerprogramma's zullen het volume grijze en witte hersenmaterie berekenen om de neurodegeneratie en de hersenatrofie te meten. Deze cijfers met betrekking tot het hersenvolume worden dan vergeleken met het hersenvolume van gezonde personen van hetzelfde geslacht en dezelfde leeftijd. Neurologen zullen op die manier de hersenvolumes van hun MS-patiënten kunnen beoordelen. Naast de volumes van de grijze en de witte materie in de hersenen zullen ook het volume en het aantal van de hersenlaesies worden berekend. Na de eerste MRI-scan en metingen zal ook een latere MRI-scan worden gebruikt om het hersen- en het laesievolume te bepalen. Deze cijfers zullen dan een aanwijzing zijn voor de evolutie van de aandoening. Deze metingen en berekeningen zullen gebeuren door de ingenieurs van icoMetrix, een spin-offbedrijf dat is verbonden aan de universiteiten van Leuven en Antwerpen.

Geprsonaliseerde geneeskunde

De neurologen van de Belgische Studiegroep zullen deze metingen dan vergelijken met de klinische metingen van de cognitieve functies van de deelnemende patiënten. De cognitie stelt vaak aanzienlijke problemen bij multiple sclerose, en de Belgische Studiegroep wil onderzoeken of de cognitieve achteruitgang bij MS specifiek verband houdt met de atrofie van grijze materie in de hersenen. Een tweede doelstelling van het project is de klinische haalbaarheid van deze MRI-metingen te beoordelen, zodat ze in de toekomst kunnen worden gebruikt bij de dagelijkse klinische follow-up van MS-patiënten. Objectieve informatie en metingen van de hersenen van MS-patiënten zullen in de toekomst alleen maar aan belang winnen. Ze zullen de neuroloog helpen bij het stellen van de diagnose, bij de opvolging van patiënten en bij het bepalen van de therapie. Dit project van de Belgische Studiegroep voor MS kadert in een almaar meer evidence-based en gepersonaliseerde geneeskunde voor MS-patiënten in de hele wereld.

Dr Wim Van Hecke, icoMetrix
Pr Dr Guy Nagels, BSGMS