Een nieuwe classificatie van de verschillende evolutieve vormen

Een precieze beschrijving van de verschillende evolutieve vormen van MS is nodig om de ziekte bij elke patiënt beter te kunnen classificeren en de immunomodulerende behandeling beter op deze evolutie te kunnen afstemmen. De vorige classificatie dateerde van 1996 en werd nu herzien en gepubliceerd door een groep van internationale experten.

De huidige classificatie
Radiologisch geïsoleerd syndroom
Dit is de toevallige ontdekking van letsels waarvan sterk wordt vermoed dat het MS-plaques zijn, bij het uitvoeren van een MRI-onderzoek (Magnetic Resonance Imaging) op de hersenen om een heel andere reden, zoals hoofdpijn, een schedeltrauma, een vermoeden van hypofysetumor... Het gaat om patiënten die nooit enig symptoom van MS vertoonden, maar de ziekte later zouden kunnen ontwikkelen.
 
Klinisch geïsoleerd syndroom
Hier gaat het om personen die een eerste inflammatoire opflakkering in het centrale zenuwstelsel ontwikkelen met typische symptomen van MS. Er is echter geen verspreiding van de letsels in de hersenzone (er kan één letsel worden vastgesteld) of in de tijd (er is geen vroeger inactief letsel en geen nieuw actief letsel). Doordat deze dubbele verspreiding in ruimte en tijd er niet is, kan geen diagnose van MS worden gesteld.
 
MS met opflakkering en remissie
Dit is de meest voorkomende vorm van MS (55%), met opflakkeringen die wisselen in frequentie en intensiteit en die ofwel volledig omkeerbaar zijn, ofwel blijvende restletsels nalaten, maar zonder dat de symptomen in de tussenperiode verergeren. Deze opflakkeringen ontstaan en verergeren in enkele uren of dagen. De symptomen moeten langer dan 24 uur aanhouden zonder dat de patiënt koorts heeft. Deze vorm van MS kan inactief zijn, hetzij spontaan, hetzij dankzij een immunomodulerende behandeling, of actief, als klinische opflakkeringen optreden en/of als een MRI-controle nieuwe letsels toont in vergelijking met de vorige onderzoeken.
 
Progressieve MS
Dit is een geleidelijke toename van neurologische stoornissen gedurende verschillende maanden, ofwel vanaf het begin van de ziekte zonder eerste opflakkering (primair progressieve vorm), ofwel na een eerste fase van opflakkeringen en remissies (secundair progressieve vorm). Momenteel hebben wij nog geen specifieke en precieze criteria om het moment te bepalen waarop een vorm met opflakkeringen en remissies overgaat in een secundair progressieve vorm. Deze progressie moet ten minste één keer per jaar worden beoordeeld op basis van een invaliditeitsschaal, ‘EDSS’ genaamd, en moet worden onderscheiden van de accumulatie van de stoornissen die voortvloeien uit de restletsels van de vorige opflakkeringen.
In deze progressieve, primaire of secundaire, vormen onderscheiden we 4 subtypes:
  • actieve vormen met progressie
  • actieve vormen zonder progressie
  • niet-actieve vormen met progressie
  • niet-actieve vormen zonder progressie (in dat geval gaat het om een gestabiliseerde ‘gestage ziekte die later altijd kan veranderen).

De term ‘actief’ betekent dat zich opflakkeringen voordoen bovenop de progressie en/of dat de beelden bij een MRI-onderzoek veranderen. De term ‘progressie’ duidt op de verergering van de symptomen in een tussenperiode van verschillende maanden zoals gemeten door de EDSS-schaal.

Er moet worden benadrukt worden dat de ernst en de activiteit van de aandoening tijdens de evolutie ervan aanzienlijk, maar onvoorspelbaar kunnen veranderen. De term ‘goedaardige’ MS wijst steeds op een retrospectieve diagnose die pas na 20 of 30 jaar evolutie gesteld kan worden.

Elke patiënt moet dus samen met zijn behandelende neuroloog op regelmatige basis, en zeker één keer per jaar, de evolutie en de kenmerken van zijn ziekte bepalen.

Prof. Christian Sindic


    

 

 

03.12.18