Fysieke en sportieve activiteiten voor MS-patiënten

Dat lichaamsbeweging een weldoend effect kan hebben op tal van ziekten (zoals longziekten, hartproblemen, kanker, reumatische aandoeningen, ...), is reeds lang bewezen. Het nut ervan bij neurologische aandoeningen werd nog niet zo lang geleden ontdekt maar is nu uitvoerig gedocumenteerd bij de ziekte van Alzheimer en Parkinson (zowel het preventieve als het therapeutische effect) en bij multiple sclerose (therapeutische effect).
Intensieve training is namelijk de beste prikkel voor onze hersenen die zo voortdurend gereorganiseerd worden, eerst via vasculogenese, daarna door neurogenese en ten slotte via de vermeerdering van de dendrieten.
De vaakst voorkomende symptomen van multiple sclerose (zijnde zwakte en vermoeidheid) leiden tot professionele en sociale ongeschiktheid, met psychologische decompensatie en fysieke deconditionering tot gevolg. Die vicieuze cirkel kan door lichaamsbeweging worden doorbroken. Ze kan immers de spierkracht en mobiliteit verbeteren en een heilzame invloed hebben op vermoeidheid, depressie en de levenskwaliteit van de patiënt in het algemeen.
 
MS-patiënten moeten idealiter met lichaamsbeweging starten zodra de diagnose van de ziekte gesteld is, en er vervolgens zonder onderbreking mee doorgaan. De voorgestelde oefeningen (aëroob en anaëroob) moeten meermaals per week uitgevoerd worden. Ze moeten op maat van de patiënt zijn opgesteld, afwisselend zijn, geregeld aangepast worden, anticipatief en duidelijk opgesteld zijn. Om de motivatie te bevorderen dienen ze in groep te gebeuren, onder begeleiding van professionals met een menselijke aanpak, waarbij het doel dat dat de patiënt zich weer kan verzoenen met zijn of haar lichaam. Deze oefeningen moeten echter vooral eerst een persoonlijke keuze zijn, waarbij elke deelnemer stelselmatig zijn eigen trainingsschema opbouwt. Een sportieve activiteit (laat staan deelname aan een competitie) is zeker niet af te raden, maar vraagt wel een specifieke informatieve omkadering.
 
Opdat deze therapeutische aanpak doeltreffend zou zijn in alle stadia van multiple sclerose en zonder bijwerkingen indien men de regels volgt, moet de patiënt er vroeg meestarten en deze ook blijven uitvoeren binnen een professionele omkadering en met motiverende begeleiding.
 
In de praktijk.
Na een algemene onderzoek en een basisdoorlichting van het hart wordt de patiënt getest op zijn/haar stap- en evenwichtsvermogen en zijn/haar segmentaire spierkracht. Hieruit volgt een EDSS-score (Expanded Disability Status Scale). De patiënt wordt geïnformeerd over het belang van hydratatie (voor en na de inspanning) en voeding (langzame koolhydraten 2 uur voor de inspanning), en gerustgesteld wanneer de neurologische symptomen tijdens de opwarming opnieuw verergeren (dit is het fenomeen van Uhthoff). Hij/zij draagt een hartslagmeter en krijgt een opvolgingsboekje.
Na een opflakkering krijgt hij/zij de raad om elke intensieve fysieke activiteit even te staken en de oefeningen daarna langzaam te hervatten.
 
De huidige aanbevelingen:
 
Voor een EDSS-score van 0 tot 3.5 (geen tot gematigde handicap):
  •  Aërobe training (op uithouding): wandelen, nordic walking, lopen, fietsen, crosstrainer, stepper, roeibak, turnen, zwemmen, ...
  •  Gemiddelde hartslag tijdens de inspanning tussen 65 en 75 % van de theoretische maximale hartslag (210 – de leeftijd bij de man, 220 – de leeftijd bij de vrouw).
  •  Doel: 30 minuten zonder onderbreking naar rato van 3 sessies per week.
  •  Anaërobe training (op weerstand): globaal, maar ook analytisch, met of zonder materiaal (halters, elastieken, machines), in statische, concentrische, excentrische modus en gericht op de zwakste spieren.
  •  Spieren > 3/5 bij testing: 80 tot 90 % van de maximale kracht, 5 tot 10 herhalingen voor 3 tot 5 oefenreeksen, de rusttijd tussen de reeksen minimaal 3 minuten.
  •  Spieren < 3/5 bij testing: 60 tot 65 % van de maximale kracht, 15 tot 20 herhalingen voor 3 tot 5 oefenreeksen, de rusttijd tussen de reeksen dubbel zo lang als de werktijd.
  •  Doel: 2 sessies per week,2 aanbevolen rustdagen tussen deze trainingen.
  •  Rekoefeningen: Klassieke rekoefeningen na elke training, yoga en tai chi als mogelijk alternatief.
Voor een EDSS-score van 4 tot 6.5 (de patiënt heeft stilaan problemen bij het stappen en heeft permanent hulp nodig):
  •  Aërobe training (op uithouding): idem, maar ‘interval training’ (inspanning afgewisseld met periodes van relatieve rust).
  •  Anaërobe training (op weerstand): idem.
  •  Rekoefeningen: Klassieke rekoefeningen na elke training, yoga en tai chi als mogelijk alternatief
Voor een EDSS-score > 6.5 (stappen onmogelijk):
  •  Aërobe training (op uithouding): boogschieten, paardrijden, rolstoeldansen, ...
  •  Maximale intensiteit op 5/10 van de gemodificeerde Borgschaal (dit is een maximale gematigde inspanning die als moeilijk ervaren wordt).
  •  Doel: 3 sessies per week.
  •  Anaërobe training (op weerstand): idem, maar gericht op de bovenste ledematen en beperkt tot 60 % van de maximale kracht.
  •  Rekoefeningen: Klassieke rekoefeningen na elke training, yoga en tai chi als mogelijk alternatief

Ziek zijn is niet abnormaal, maar een andere manier van leven (Canguilhem)

Dr. Olivier Bouquiaux
CNRF van Fraiture-en-Condroz